Gypsy jazz speel ik zelf, wekelijks, met Trio Brandhout. Het is de muziek van Django Reinhardt: akoestisch, snel, en gebouwd op een ritmiek die je in geen enkele andere stijl tegenkomt.

Wat je leert

La pompe. De slaggitaar die de hele stijl draagt. Twee gitaren, geen drummer, en toch een band die swingt. Zonder een overtuigende pompe valt de rest uit elkaar, dus daar begint het.

Soleren. Arpeggio’s over de akkoorden, de typische licks, en de manier waarop een frase in deze muziek wordt opgebouwd. Anders dan in de bebop, en de moeite waard om apart te leren.

Rechterhand. De rest stroke, de aanslag die op een akoestische gitaar zonder versterking het volume en de toon geeft. Dit is het onderdeel waar de meeste tijd in gaat zitten en waar je het snelst verschil hoort.

Het repertoire. Minor Swing, Djangology, Nuages, Dark Eyes, en de standards die op elke jam voorbijkomen.

Welke gitaar

Het meest authentiek klinkt een Selmer-Maccaferri-model, met een petit bouche of grande bouche klankgat. Beginnen kan prima op de staalsnarige gitaar die je al hebt; wat je nodig hebt als je verder wilt, bespreken we gewoon in de les.

Om naar te luisteren

Deze muziek heet ook wel jazz manouche, en in Nederland spreekt men over sintimuziek of sinti-jazz.